Vraag & Antwoord

Wat is de functie van latten in een zeil?
Latten moeten de zeilvorm (profilering) ondersteunen en er voor zorgen dat de uitbouw op het achterlijk niet naar de lij-zijde wegvalt. De meest effectieve lat is de toplat. Via de schoot, giekneerhaler etc… kunnen we de vorm van de top van het zeil veel minder beïnvloeden dan bij de naar onder liggende latten.
Wat is de levensduur van een zeil?
De levensduur van een zeil eindigt:
– Na een periode van redelijke prestaties.
– Wanneer het zeil uiteenvalt.

De prestaties zijn optimaal zolang een zeil geen enkele vervorming kent. Echter onder het zeilen veroorzaakt iedere, hogere belasting een vervorming. De topwedstrijdzeiler zal het zeil niet meer gebruiken bij misschien 2% vermindering van de optimale vorm, de toerzeiler wellicht bij 40% vermindering van de zeilvorm. Uiteindelijk door de vervorming breekt het doek spontaan… Dit is het moment ook voor de zeiler die geen enkele eis stelt aan de zeilprestaties, het desbetreffende zeil te vervangen.

Let op! Minder dicht geweven doeken bieden gedurende een korte periode een optimale vorm maar blijven bijna hun “levenlang” elastisch…
– Het doek gaat lang mee en breekt niet.
– Echter zijn en blijven de zeilprestaties vrijwel nihil.
Het “elastische” zeil maakt dat de boot helt, maar niet vooruit gaat.

De levensduur van een zeil kent dus 2 fases:
– Een fase van vormvastheid.
– Een fase waarin het materiaal ten einde raakt.

De eisen van de zeiler bepalen tenslotte het moment van vervanging van het zeil.
Waarom zou ik doorlopende latten in mijn grootzeil zetten en hoeveel?
Een zeil met een normale uitbouw en een niet te extreme lengte/breedte verhouding vindt al genoeg steun uit een doorlopende toplat en 3 kortere verjongde latten. Extreme uitbouw, als op multihulls, en/of een heel lang smal zeil vraagt om het gebruik van doorlopende latten. De mate van uitbouw en de lengte van het achterlijk bepaalt de hoeveelheid doorlopende latten, eventueel gecombineerd met kortere latten.

+ veel controle over de zeilstand en de profilering van het zeil.
+ lazy-jacks werken beter.
extra gewicht, ook door fittings.
speciale voorzieningen voor bevestiging aan de mast.
prijs.
Een losse broek in het grootzeil… waarom?
Waarom niet? Er zijn, mits goed uitgevoerd, geen nadelen. Als het onderlijk niet beperkt wordt door een lijketouw, kan zich de bolling en een eventuele extra strook doek (shelf) plooiloos vormen bij een opgevierde onderlijkstrekker: als de voet van een spinnaker.

Bij een meer aangespannen onderlijkstrekker wordt de verticale luchtstroming in het zeil naar de giek geleid en behoudt de giek zijn functie van eindplaat als bij een touwlijk.

+ geen touwlijk maakt het verstellen van het onderlijk makkelijker.
+ smeerrepen kunnen om de giek heen bevestigd worden.
+ de spinnaker kan tussen zeil en giek door gestreken worden.
+ grootzeil wisselen wordt makkelijker.
geen.
Wat is de zin van veel uitbouw juist in de top van een grootzeil?
Hiermee wordt een oppervlak zeil gecreëerd daar waar het zeil het meest effectief is, namelijk zo hoog mogelijk. Deze extra druk geeft veel voortstuwing.

Beperkingen worden gevormd door de achterstag en de lengte/breedte- verhouding van het zeil.
Wat moet ik met een cunningham hole?
Hetzelfde als met valspanning, nl. verplaatsen van bolling.
Als U zonder wind uw zeil hijst en het val strak doorzet zal zich een plooi vormen evenwijdig aan de mast, alwaar de bolling uit het midden van Uw zeil naar toe gekropen is. Het vlakkere middendeel zal het achterlijk meer naar lij doen vallen en het zeil open maken. Ook bij meer wind vindt dit plaats maar zal de plooi direct achter de mast zich niet vormen. Een groot misverstand is dat de invloed van de cunningham hole bij zeer vormvaste doeksoorten als kevlar of koolstof en ook bij doorgelatte zeilen minder zou zijn.

Het voordeel t.o.v. de grootzeilvalspanning is dat hiervoor de grootschoot niet hoeft te worden opgevierd en er met minder kracht snel de vorm van het grootzeil kan worden beïnvloed. De cunningham hole is als het ware een fijn afstemming nadat de juiste mastbuiging, schootspanning, overloop en giekneerhaler zijn ingesteld.
Wat kan ik met dieptestrepen?
Dieptestrepen ook wel camber lines, camberstripes of draft stripes genoemd, zorgen er voor in een egaal gekleurd oppervlak een horizontale markering te verkrijgen, die het mogelijk maakt de vorm van het zeilprofiel af te lezen. Zichtbaar wordt hoe diep het zeil is, waar de positie van de grootste bolling ligt, de aansnijhoek uit de mast en de eindplaat naar het achterlijk. Hiermee kunt U het effect van verstelling als de schootspanning, cunningham hole, giekneerhaler etc… aflezen in het zeil.
Wat is de functie van schuim in het voorlijk van de rolgenua?
Een zeil met een bepaalde bolling dat om de pijp van een rolsysteem heendraait, zal in oppervlak afnemen zonder iets van zijn diepte te verliezen.

De verhouding: diepte per oppervlak = bolling, neemt dus toe!

Ook de doorhanging van het voorstag die met de wind toeneemt, schuift extra doek = bolling, het zeil in.
Een schuimstrook langs het voorlijk, breed in het midden, halve maanvormig, naar boven en beneden naar niets uitlopend, zorgt er voor dat bij het indraaien van het rolsysteem, de gevormde rol dikker wordt in het midden – als daarboven en er onder – zodat er bij iedere draaiing meer zeil uit het midden = bolling, weggetrokken wordt. Kortom het zeil wordt hierdoor vlakker, juist bij meer wind.
Wanneer gebruik ik een reguleerlijn?
Indien het zeil juist getrimd is, altijd voor dat specifieke lijk, waar de lijn inzit, zogauw het zeil daar klappert. Rammelen is een constant buigen van het materiaal – met materiaal moeheid = breuk, als gevolg.

Zeilen met een vlakke eindplaat hebben eerder steun nodig van een reguleerlijn dan een boller zeil. Zeer rekarme doeksoorten als kevlar vragen om grote krachten op de reguleerlijn zodat deze ook wel met een talie wordt uitgevoerd. In het kort wees niet bang om er flink aan te trekken!
Wanneer schept een zeil of is het te open?
Kijkend naar de horizontale doorsnede van het zeil, schept een zeil als de eindplaat ( laatste 25% van de doorsnede) naar binnen komt, of naar buiten valt (openen), ten opzichte van de rest van de doorsnede.Diepte strepen maken dit goed afleesbaar. Als het zeil de juiste profilering heeft voor de omstandigheden en eventueel klappert, moet de reguleerlijn juist zoveel aangetrokken worden dat het klapperen ophoudt en kan de reguleerlijn – bij lichter weer – weer opgevierd worden.
Een MPS… hoe zet ik hem?
Een Multi Purpose Spinnaker kent vele namen, b.v. asymmetrische toerspinnaker, halve winder, blister…
Het zeil wordt aan de top maximaal hoog gevaren.

De halshoek wordt met een zogenaamd halslijn bevestigd op de boeg of een geschikte plek daar in de buurt of, liefst op een boegspriet.

Het schootblok bevestigen we tussen minimaal ¾ van de lengte van de boot uit de boeg tot bij de spiegel. Bij hogere koersen – als halve wind – is er een barber blok op de schoot of een verplaatsing van het schootblok naar voren nodig om het achterlijk van het zeil te kunnen sluiten.
Wassen: goed of slecht?
Bij het wassen zoals het ook gebeurt met b.v. hotelbeddengoed in grote wasmachines en mechanische drogers, maakt het zeildoek een zeer snel verouderingsproces mee: dit is dus slecht.

Professionele reinigers – als Ultramar – gespecialiseerd in zeilen, passen weekprocessen toe, gebruiken speciale reinigingsoliën en laten de zeilen uithangen om te drogen: het doek wordt dus niet beschadigd.

+ technisch: de verwijdering van harde vuildelen zoals zoutkristallen, die de vezels beschadigen, en slecht stiksel is door de reinigingsbehandeling beter te onderscheiden.
+ optisch: de zeilen knappen zichtbaar op, de groene aanslag verdwijnt en tenslotte worden de grijze schavielplekken veel minder zichtbaar.